Vergroenen

Momenteel wordt er nog hard gewerkt aan een nieuw reglement voor geveltuinen en groenslingers. Je kan echter zelf de handen al uit de mouwen steken door een geveltuin aan te leggen of om je voortuin te ontharden.

Alle info en leuke tips vind je ook op plantwerpen.

Geveltuin

Waarom een geveltuin?

Het district gaat voor groenere straten en daar werken we hard aan. Ook u kan een handje helpen. Geveltuinen zorgen voor een aangenamere leefomgeving en een verbetering van het klimaat en de luchtkwaliteit.

U kan zelf een geveltuin aanleggen, zolang u rekening houdt met de ondertsaande regels. U hebt hiervoor geen vergunning nodig.

Mini geveltuin:

Marieke Vos voor NADA
© Marieke Vos voor NADA

Om ook smalle stukken tussen 1,60 en 1,80 meter te kunnen vergroenen, kan je een mini geveltuin aanleggen van maximum 30 cm diep en 1,20 meter lang.

Met een mini geveltuin blijft er minimum 1,30 meter vrije doorgang.

Maxi geveltuin:

Marieke Vos voor NADA
© Marieke Vos voor NADA

Aan voetpaden met ruime vrije doorgang van meer dan 1,80 meter kan je ook een maxi geveltuin aanleggen.

Die mag zo lang zijn als je maar wil, tot de volledige lengte van je gevel. Je geveltuin mag maximaal 60 cm diep zijn, zolang je steeds vrije doorgang van 1,50 meter behoudt.

In een maxi geveltuin heb je veel vrijheid in plantenkeuze en kan je zelfs groetere bloempotten of een zitbank kwijt.

Opgelet!

  • Leg enkel een geveltuin aan tegen je eigen gevel of maak een duidelijke afspraak met je verhuurder of buren.
  • Voorzie rond het plantvak een opstaande rand van maximaal 10 centimeter hoog. Vermijd scherpe randen!
  • Kies voor planten zonder doornen. Vermijd planten met veel bessen of planten die giftig zijn voor de mens.
  • Snoei de planten, zodat ze de vrije doorgang nooit belemmeren. Boven 2,20 meter mogen ze wat meer uitwaaien.

Ontharden van voortuinen

Een straat met voortuinen ziet er onmiddelijk veel levendiger en vrolijker uit.

Hieronder vindt u enkele tips om uw voortuin of oprit naar uw garage groener in te richten:

1) Maak een groen eiland: Ga voor meer groen en minder grijs, bijvoorbeeld door je oprit ook als looppad te benutten.

2) Houd het onderhoudsvriendelijk: Steen is duurder en intensiever in onderhoud dan goed gekozen groen. Gebruik bodembedekkers, waarvan een deel groenblijvend. Vermijd soorten die regelmatig snoei vragen. Zet daarom maar één struik of kleine boome en kies voor kleinere soorten die je niet hoeft te snoeien.

3) Zorg voor reliëf: Bodembedekkers en lage struiken zorgen voor meer reliëf dan gemaaid gras. Ze doen je tuin groter lijken. Hoge beplanting zorgt dan weer voor en groener straatbeeld. een vrijstaande boom of struik zet je best ver van het gebouw. Aanje gevel kan je met klimplanten in de hoogte werken zonder veel plaats in te nemen.

4) Laat je tuin heel het jaar door pronken: Voorzie elk seizoen een bloeiende soort. Met groenblijvende bodembedekkers voorkom je dat de bodem in de winter kaal is. Let op, enkel groenblijvende planten zetten kan snel een somber beeld opleveren.

5) Schep rust: Verschillende planten komen beter tot hun recht in groep. Voor lage planten gebruik je minstens 10 planten van dezelfde soort. Dat schept rust in je tuintjes. Van hogere planten gebruik je 1 stuk als accent.

6) Laat het regenwater doorsijpelen: Groen maakt de grond waterdoorlatend. Het voordeel? Bij hevige regenbuien kan het water in de grond sijpelen. Wil je toch verhadring, kies dan voor tegels met open voegen of kiezels. Er bestaan ook tegels en bestratingen die waterdoorlatend zijn.

7) Maak er een plekje van om te genieten: Een rijke beplanting met veel verrassingen zorgt voor een blije thuiskomst. In rustige straten kan je zelfs een bankje kwijt.